Zelf vliegenspray maken – Recept

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is pexels-photo-7364565.jpeg

Iedereen die in de zomer regelmatig bij de paarden te vinden is heeft wel een fles liggen. Maar als je vliegenspray gebruikt weet je ook hoe snel je door een fles heen gaat! Daarnaast is vliegenspray, net zoals alle paardenproducten, zeker niet goedkoop… Vandaar een receptje voor een DIY vliegenspray.

Je hebt nodig:

  • 0,5 L sterke thee
  • 0,5 L natuurazijn
  • flesje citronella
  • hertshoornolie

Test voor gebruik altijd eerst of je paard niet allergisch reageert op je zelfgemaakte vliegenspray. Als je paard geen allergische reactie geeft, dan kan je met een spons de vliegenspray op het hele lichaam van je paard aanbrengen. Hierna is je paard voor 2 tot 3 dagen niet meer aantrekkelijk voor vliegen, muggen en dazen. De citronella weert namelijk de muggen af en de hertshoornolie de vliegen en dazen.

Het is natuurlijk ook mogelijk om het recept hier en daar wat aan te passen. Zo kan je ook tea tree olie toevoegen. Tea tree is erg populair in de paardenwereld en staat er o.a. om bekend insect werend te zijn. Knoflookpoeder wordt ook vaak gebruikt om insecten op afstand te houden (ook bij mensen). Ook hoor je soms dat mensen Dettol gebruiken. Alhoewel dit ontzettend goed schijnt te werken, moet je je blijven afvragen of het wel goed is voor de gevoelige paardenhuid.

Hoe krijg je een snel paard aan je been?

Wanneer er gesproken wordt over een paard dat slecht aan het been is, denkt men al snel aan een wat trager paard. Een paard dat niet vooruit te branden is! Maar hoe zit het met de juist snelle paarden? De paarden die onder je vandaan rennen?

Het voelt misschien tegenstrijdig maar ook deze snelle paarden kunnen slecht aan je been zijn. Wanneer je op een vlug paard rijdt heb je misschien eerder de neiging om minder met je been te doen, want hij gaat al zo hard!

Alhoewel je natuurlijk altijd moet proberen om met zo min mogelijk hulpen je paard te rijden, moet je wel blijven rijden. Veel mensen die op een vlug paard rijden willen alleen maar langzamer en proberen hier alles aan te doen. Vaak worden deze ruiters streng met de hand, gaan of achterover hangen of kruipen juist in elkaar en steken hun benen af.

Hoewel dit te begrijpen is, werkt dit vaak niet. De paarden worden vaak juist minder gevoelig op de teugel(nood)rem en als ruiter krijg je er ook niet echt het gevoel van controle door…

Maar wat moet je nou wel doen? Eerst even een stapje terug. Ga is bij jezelf na, waarom doet dit paard zo? Is hij gestresst? Is hij uit balans? Zijn de rem en het gas wel bevestigd? Wanneer je hebt bedacht wat waarschijnlijk de oorzaak is van het gedrag, dan kan je je plan van aanpak hierop aanpassen.

Wanneer je andere oorzaken uitgesloten hebt en het ligt aan de training van je paard, moet je voor jezelf bedenken wat er mist in de training. Je hebt moet meer controle krijgen over het tempo en je paard moet beter leren reageren op je hulpen.

Allereerst is dit een kwestie van heel erg veel overgangen rijden. Want oefening baart kunst. Een oefening die ik zelf heel fijn hiervoor vindt, is bij elke letter die je tegenkomt een overgang rijden. Je wordt hierdoor ondersteund om veel overgangen te rijden en om preciezer te zijn wanneer je deze wilt. Jij wil bij A in draf, dan moet je daarvoor zorgen. Om dit iets makkelijker te maken, kan je natuurlijk ook bijvoorbeeld om de letter een overgang rijden. Dit is een heel mooi voorbeeld van je paard trainen.


Zorg ook dat je je bewust bent van welke hulpen je geeft, zodat je iedere keer dezelfde signalen aan je paard geeft. Begin steeds zo klein mogelijk en wees duidelijker wanneer nodig. En belonen, belonen belonen! Je paard moet natuurlijk wel begrijpen wanneer hij het goede antwoord gegeven heeft en door te belonen maak je het spelletje ook leuker voor het paard.
Wanneer je steeds dezelfde hulpen geeft, zal je zien dat je paard steeds eerder doorheeft wat je van hem vraagt en dus gevoeliger wordt aan je hulpen!

Een tweede fijne oefening om een snel paard van de voorhand en aan je been te krijgen is om weg te draven vanuit halt of vanuit het achterwaarts. Zorg dat je deze overgang zo actief mogelijk rijdt, hierdoor moet het paard zijn achterhand wel gebruiken om op weg te komen. Vooral wanneer je paard achterwaarts kan is dit een mooie oefening. Het bekken van het paard is al gekanteld door het achterwaarts gaan, wat je dan kan proberen mee te nemen in je draf. Een fijne bijkomstigheid is dat je hiermee ook oefent in een vloeiende beweging van het achterwaarts naar voren te gaan.

Voor de paarden die niet “bij je blijven” vind ik de keertwending een mooie oefening. Voor paarden die dit nog niet onder de knie hebben is een pasje proberen of je de voorhand om de achterhand kan laten draaien al heel mooi.

Ten eerste is het fijn dat deze oefening in stap te doen is. Zo krijgen sommige paarden (en ruiters) weer even wat rust in hun hoofd terug. Ook zorgt het oefenen met de keertwending voor meer schouder controle en dus meer controle overall. Verder verkies ik de keertwending over bijvoorbeeld wijken omdat paarden door de beweging die ze moeten maken minder geneigd zijn door te rennen.
Dit is te vergelijken met dat je een paard dat te hard gaat kan afremmen door hem op de volte te zetten. Wat wel belangrijk is bij de keertwending is dat je paard door blijft lopen met zijn achterbenen. Je moet dus wel beenhulpen blijven geven.
Ik merk vaak dat paarden na een keertwending meer op je wachten “Waar gaan we nu heen?” i.p.v. hard rechtuit te willen.

Terwijl je aan het trainen bent om je paard beter aan je been te krijgen en hem meer op jou te laten wachten, is het nogmaals belangrijk dat je duidelijk bent in je communicatie naar je paard. Dit betekent dat jij goed moet weten welke hulpen jij in welke volgorde wilt geven aan je paard. En dat je dit ook iedere keer doet! Een paard is niet geboren met een kennis van wat hulpen betekenen. Maar wanneer wij zo constant mogelijk zijn in deze hulpen geven dan zal hij het sneller doorhebben.

Je wilt dus zo min mogelijk onduidelijkheid en ruis in je communicatie met je paard. Dit betekent ook dat je moet proberen zo stil en onafhankelijk mogelijk te zitten. Want wanneer jij per ongeluk iedere pas drijft, kan je niet van je paard verwachten te weten wanneer wel of niet te reageren.

En als laatste blijft het een kwestie van belonen, belonen, belonen. Maak het je paard duidelijk wanneer hij het goede antwoord geeft en dat het super goed is van hem als hij dat doet! Zo krijg je een paard dat op jou gefocust is en dat het super leuk vindt om samen met jou aan het werk te gaan.

Waarom verder kijken?

Misschien weet je het nog wel, je eerste keer paardrijden. Voor de meeste mensen zal dat op een manege zijn geweest. Vol spanning kom je aan bij jouw nieuwe manege, je krijgt een pony toegewezen en hopla je paarden avontuur gaat beginnen!

In het begin is alles nog erg onwennig. Het is net alsof je in een andere wereld met zijn eigen taal terecht bent gekomen. Tegen de tijd wanneer je het verschil tussen een halster en een hoofdstel onder de knie hebt zijn er al 500 vreemd klinkende termen naar je toe geslingerd! Gelukkig heb je een lieve instructrice die je uitlegt hoe de paardenwereld werkt.

Jaren later ben je zelf een paardenmens in hart en nieren. Ook is je rij-techniek verbetert en jij mag nu de moeilijke en stoute pony’s rijden. Je hebt van ervaren ruiters precies geleerd hoe je dat moet doen. Wanneer je vraagt waarom de pony’s zo stout doen krijg je antwoorden als “Hij is gewoon erg stout.” “Deze pony is heel dominant, die moet je laten zien dat jij de baas bent.” “Ja.. bij deze zit een steekje los… die doet altijd zo raar… “

Deze dingen kreeg ik zelf ook altijd te horen. En vroeger nam ik dit ook altijd als waarheid aan. Want als een autoriteitsfiguur dit tegen jou zegt, dan geloof je diegene natuurlijk snel.

Tegenwoordig ben ik er gelukkig achter gekomen dat er vaak een betere reden is voor bepaald gedrag van een paard. Een paard heeft misschien pijn, begrijpt de ruiter niet of is bang. En ik vind het persoonlijk erg onaardig om een dier hiervoor te straffen.

Ik probeer nu dan ook zelf de vuistregel “Al het gedrag van een paard is of instinctief, of aangeleerd.” aan te houden. Pijn en angst (of angst voor pijn) zijn natuurlijk voorbeelden van instinctieve motivatie bronnen voor paarden.

Een paard dat je bijna omver loopt wanneer je in de wei komt heeft wellicht eerder brokjes gekregen voor opdringerig gedrag. En heeft daarmee geleerd dat dit gedrag voor hem werkt. Het lijkt mij sterk dat dat paard ’s ochtends wakker is geworden met het idee om vandaag even lekker irritant te doen. Maar toch wordt dit paard vaak gelabeld als irritant. Hierdoor is men eerder geneigd om het ongewenste gedrag af te straffen i.p.v. het dier te leren welk gedrag wel wenselijk is.

Door aan de vuistregel te denken, blijf je jezelf uitdagen om de echte oorzaak van gedrag te zoeken. Is een paard dat steeds ontzettend bokt in de rechter galop gewoon vervelend? Of heeft hij misschien last van een slecht passend zadel? Ik ben van mening dat je een paard een eerlijkere kans geeft door verder na te denken. En wellicht verminderd het ook onnodig of overmatig zweepgebruik..

Vroeger legde ik alle verantwoordelijkheid bij de instructeurs neer. Zij moeten vanaf begin af aan de ruiters leren hoe je op een goede manier met paarden omgaat. Nu is het waar dat zij een grote invloed hebben op beginnende ruiters. Maar ik zie steeds meer in dat ik niet van een ander kan verwachten dat diegene kritisch blijft nadenken als ik het zelf niet doe. En wanneer jij zelf vragen blijft stellen, dan zet je anderen ook weer aan tot nadenken.

Natuurlijk is het waar dat het lastig is om verder te blijven zoeken naar de oorzaak van gedrag. Paarden kunnen nou eenmaal niet praten. Maar toch denk ik dat het heel belangrijk is dat we voor onszelf blijven nadenken en luisteren naar wat ze ons wel proberen te vertellen. En hopelijk kunnen zowel paard als ruiter zo een stuk gelukkiger samenwerken.